
Contractpensions
Een documentaire over de zogenaamde "contractpensions" is in de maak.
Zo’n 300.000 Indische Nederlanders zijn in de jaren ’50 naar Nederland gerepatrieerd. Vanwege de woningnood werden ze tijdelijk gehuisvest in zogenaamde contractpensions, veelal gelegen in toeristische gebieden die – zeker in die krappe naoorlogse periode - een overschot hadden aan hotels. De hotels die als contractpension werden aangewezen waren meestal zwaar verouderd en verkeerden in slechte staat. De kamers waren klein en voorzien van een enkele wasbak met alleen koud water. Het meubilair was ronduit slecht. De veren schoten bij wijze van spreken uit de fauteuils, en het gebeurde niet zelden dat een stoel het begaf als iemand erop ging zitten. Er waren onvoldoende toiletten op de gang, zodat lange wachtrijen ontstonden, en er was maar een badkamer. De hygienische omstandigheden waren zelfs in die tijd erbarmelijk. Mensen die in Indonesie gewend waren iedere dag 3x in bad te gaan, moesten op zaterdagmiddag uren in de rij staan om enkele minuten in bad te gaan. Want baden of douchen mocht maar een keer in de week. Het leven in een contractpension was absoluut geen lolletje. Gezinnen van 9 personen werden in twee kleine kamers gestopt. Het stonk er en het eten was ronduit slecht. Iedere dag kregen de bewoners een bord goedkope pap en het avondeten bestond uit slecht gekookte aardappelen, een beetje vlees en een beetje groente. Op vrijdag werd vis geserveerd, en op zondag kregen de bewoners goedkope peperkoek. Er was zo goed als geen variatie in het eten. Mensen die het zich konden veroorloven gingen buiten eten. Iets klaarmaken op de kamer werd volstrekt verboden. Moeders die melk op wilden warmen voor hun baby, waren aangewezen op de nukken en grillen van het keukenpersoneel. Er was een kleine keuken voor mensen die zelf iets wilden klaarmaken, maar ook daarvoor moest men in de rij staan. Logisch dat in zo’n sfeer vechtpartijen en ruzies aan de orde van de dag waren.
Afhankelijk van de situatie duurde een verblijf in zo’n contractpension enkele maanden tot enkele jaren. Mensen die het geluk hadden snel een baan te vinden, konden vrij snel doorstromen naar een normaal huurhuis. Maar voor sommigen – meestal oudere repatrianten en mensen met grote gezinnen die afhankelijk waren van een uitkering – kon het verblijf heel lang duren. Deze documentaire laat zowel een maatschappelijk werkster uit die tijd aan het woord als ex-pensiongangers. We zien mensen uit alle lagen van de Indische gemeenschap. Mensen die destijds met jonge kinderen in het pension moesten zitten als de jonge kinderen van destijds. Ook is gefilmd op Paleis het Loo. Het meest deftige pension uit die tijd omdat prinses Wilhelmina een vleugel van dit paleis ter beschikking had gesteld voor de opvang van Indische Nederlanders. Er wordt nog naarstig gezocht naar een pensioneigenaar uit die periode maar tot nu toe heeft de regisseuse nog niemand kunnen vinden die voor de camera wil verschijnen. Deze film moet een goed beeld weergeven van de opvang van Indische Nederlanders aan het eind van de jaren ’50. Er zal ook gebruik worden gemaakt van archiefmateriaal. De verwachting is dat de film in het najaar van 2008 zijn premi?re zal beleven waarna de DVD te koop zal zijn. Vooraf zal op zondag 16 maart regisseuse Hetty Naaijkens-Retel Helmrich fragmenten laten zien tijdens de kumpulan-middag op Bronbeek. Meer informatie hierover kunt U opvragen bij het Indisch erfgoed te Apeldoorn, Ralph Kneefel.