|
Hoe is je leven als je illegaal geboren bent en dus nooit papieren hebt gehad? Het overkwam Mourad ben Mounat, geboren in Libanon als kind van een Moslimvader en diens joodse bijvrouw. Het kind werd niet geregistreerd en mocht daarom ook niet naar school. Als schapenhoeder ondervond het jongetje vooralsnog geen enkele beperking van zijn documentloos bestaan. Hoe is je leven als je illegaal geboren bent en dus nooit papieren hebt gehad? Het overkwam Mourad ben Mounat, geboren in Libanon als kind van een Moslimvader en diens joodse bijvrouw. Het kind werd niet geregistreerd en mocht daarom ook niet naar school. Als schapenhoeder ondervond het jongetje vooralsnog geen enkele beperking van zijn documentloos bestaan.
Dat veranderde toen hij in 1977 als nieuwsgierige jongeman een kijkje over de grens wilde nemen. Op een vals paspoort reisde hij naar het vrije Westen om, zoals hij het zelf zegt, meteen in de val van de magie van Amsterdam te lopen. Tweeentwintig jaar woonde hij op straat, zomer en winter. Honderden keren werd hij opgepakt en de grens over gezet, even zovele keren werd hij door de vreemdelingenpolitie aan diverse Arabisch sprekende ambassades aangeboden, maar nergens werd hij geaccepteerd.
Zijn leven veranderde toen de fotografe Marjan van der Veen zich zijn lot aantrok. Jarenlang had ze hem over de Wallen zien schuiven, soms sliep hij in haar portiek. Met hulp van de nodige invloedrijke personen uit haar kennissenkring krijgt Mourad in 1999 eindelijk op humanitaire gronden een verblijfsvergunning. Hij krijgt een kamer in een project voor begeleid wonen van het Leger des Heils. Er volgt de verplichte inburgeringscursus en Mourad gaat voor het eerst van zijn leven naar school. Hij droomt van een baan, en dat hij zijn oudere halfzuster zal vinden om iets terug te kunnen doen voor alles wat zij in zijn jeugd voor hem heeft gedaan. Vol verwachting begint Mourad aan een nieuwe fase in zijn leven. Hij is inmiddels vijftig.
Maar het loopt anders. Eenmaal geregistreerd in de computer, krijgt hij te maken met diverse ambtelijke instanties die van elkaar niet weten dat ze bestaan. En in plaats van dat zijn leven er gemakkelijker op wordt, blijkt het alleen maar ingewikkelder te worden. Keer op keer worden zijn plannen en ambities gedwarsboomd door de onnavolgbare machinaties van de bureaucratie.
Nu, na drie jaar, verlangt hij soms terug naar de tijd dat hij “niemand” was en alleen voor zichzelf verantwoordelijk.
De man die niet bestond geeft op sobere wijze een ontluisterend portret van de Nederlandse maatschappij, waarin “tolerantie” en “kansen” een rekbaar begrip vormen, alle goede bedoelingen ten spijt. |